Welkom / Werk / Tekst / Links / Contact

Dichtbij en veraf

Opening zaterdag 28 mei 2011, Pulchri Studio (Voorhoutgalerie)

Dames en heren, lieve Marijke en familie,

Afgelopen Woensdag, laat in de middag, zingend in de auto. Ik was op bezoek geweest bij Marijke, thuis – “de centrale plek van het leven” - en had de werken bekeken die vandaag, hier, om u heen hangen. Een hoofd vol sferen – de zomer, open waaiende gordijnen, de zinderende warmte van steen, de rust van een bank in de schaduw, verkoeling, een eindeloze zee, stillevens, sneeuw vanuit het veilige warme huis – ik zit nog steeds in de auto….

Het blijft lastig om je visuele waarnemingen, plus wat die bij je los maken, in woorden om te zetten, om te kunnen communiceren over beeldende kunst.

Maar het kan leiden tot zingen in de auto. Waarom raken die schilderijen me zo? Ofwel: wat is een echte “Marijke de Wit”?

Over haar onderwerpen – wat haar inspireert - en de titel van deze tentoonstelling heeft Marijke een prachtige, korte tekst geschreven in het Pulchri-blad, in het recente mei-nummer. Die onderwerpen gaan veelal over de grens tussen binnen en buiten, dichtbij en veraf. Binnen staat voor het huis – waar geleefd en gewerkt wordt. Buiten is de wereld, de buitenwereld, die ook van binnenuit kan worden bezien. De grens tussen binnen en buiten kan worden afgebeeld als ramen, gordijnen, gevels, of uitzichten (van binnenuit gezien). Maar de buitenwereld kan ook binnen komen, door voorwerpen - die Auke buiten vindt, binnen brengt, bewaart. Een zo door het toeval gerangschikte verzameling wordt gespot door Marijke, zij ziet een compositie en een stilleven is geboren.

De verbluffende eigenheid van Marijke’s beeldend werk zit ‘m niet alleen in de onderwerpen – die in de tijd overigens diverser zijn geworden. Dat eigene zit vooral in de uitvoering.

Allereerst het kleurgebruik. Een rijkdom aan kleuren; subtiel, in de zin van verfijnd, altijd met veel nuances in elk afgebeeld vlak. En als dat niet zo is, bijvoorbeeld in de blauwe oceaan of het rode vlak in een stilleven, valt het direct op. Het kleurgebruik is harmonieus, door de verschillende onderwerpen heen. Dat blijkt hier in de Voorhoutgalerie ook: ondanks de uiteenlopende onderwerpen vormt deze tentoonstelling een eenheid in kleur.
Er is altijd een spel met licht en schaduw.
Vormen en structuren zijn raak, trefzeker neergezet. Verrassend is het gebruik van verticale en horizontale lijnen, die leiden tot spannende vlakverdelingen, in gevels (nr 6), ramen (nrs. 1 en 2), of gordijnen.

[Voor een aantal voorbeelden verwijs ik u overigens naar een prachtig klein boekje, “Schilderijen van Marijke de Wit”, met een tekst van Jan de Goede – om mee te nemen]

“Ik vertel geen verhaal in mijn schilderij”, zegt Marijke desgevraagd, “ik heb wel een onderwerp nodig, en structuur, maar het gaat me niet om het verhaal maar om kleur, vorm, sfeer, intimiteit”.
Maar de beschouwer, dat bent u, dat ben ik, vindt in haar werk veel ruimte voor associaties, fantasieën, verhalen!
Het zijn geen statische beelden, het is nu even rustig, maar de dynamiek is paraat. Elk moment kan de rust verstoord worden, de afgeplakte ramen worden geopend, de schaar uit het stilleven wordt weer gebruikt, de vrouw in de schaduw op het bankje gaat aan de wandel… Het beeld, het schilderij wordt vervangen door visuele fantasieën, althans zo vergaat het mij.

Dus Marijke, al wil je geen verhalenverteller zijn, je beelden prikkelen de fantasie van de kijker.

Dichtbij en veraf, over grenzen tussen binnen en buiten. Er is in deze tentoonstelling ook “een veraf, van een lang vervlogen tijd”, een ongewoon schilderij. Nummer 3, een portret van een jeugdig, zomers stel, uit 1939, gebaseerd op een piepklein bruin fotootje; Marijke’s ouders. Ontroerend mooi, zeker nu u de achtergrond van dit werk kent.

Ik hoop u duidelijk te hebben gemaakt waarom ik zat te zingen in de auto.

Marijke, ik wil je geluk wensen met deze prachtige tentoonstelling.

Dank voor uw aandacht.

Boudewijn Peters